Vleermuizen

Linkeroever jachtgebied voor vleermuizen

Naast het uitgestrekt haven- en industriegebied, zijn er op de linker-Scheldeoever ook speciale beschermingszones voorzien die gericht zijn op het behoud van de natuurlijke habitats (plaatsen waar planten en dieren van nature thuishoren) en de fauna en flora (dieren- en plantenwereld). Deze beschermingszones kwamen er op initiatief van de Europese Unie, die de lidstaten verplicht maatregelen te nemen om deze speciale zones in stand te houden.


Zo worden, in het kader van het natuurbeheer op de linkeroever, voor bepaalde dier- en plantensoorten strikte beschermingsmaatregelen voorzien. Dat is onder meer het geval voor de vleermuizen die veelvuldig worden aangetroffen in de rand van de Waaslandhaven. Zij jagen er vooral boven de aanwezige plassen en kanalen, waar ze op zoek gaan naar insecten, vooral muggen. De Verrebroekse Plassen en de Nieuwe Watergang zijn belangrijke gebieden voor deze dieren, maar de voorbije jaren zijn zij ook waargenomen in de nieuwe natuurgebieden Zoetwaterkreek en Brakke Kreek. Uit recente waarnemingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt dat vleermuizen ook in deze ‘nieuwe’ gebieden foerageren (op voedsel jagen), maar dat er tot nog toe minder soorten worden waargenomen dan in de vroegere gebieden.
Boven de Zoetwaterkreek vliegen vooral watervleermuizen, boven de Brakke Kreek eerder dwergvleermuizen. Meervleermuizen, laatvliegers en rosse vleermuizen lijken de vroegere gebieden nog te verkiezen.
Opvallend is dat de activiteit van de vleermuizen in deze ‘nieuwe’ gebieden meestal pas laat in de nacht op gang komt en in het tweede deel van de nacht het sterkst is.
Uit het onderzoek van INBO blijkt dat veel vleermuizen hun jachtgebied binnenvliegen langs de Nieuwe Watergang en zich daarna binnen het gebied verspreiden. De watervleermuis bereikt de Verrebroekse Plassen en de Zoetwaterkreek via een corridor tussen Verrebroek en Kieldrecht. Het nieuw aangelegde natuurgebied Spaans Sport valt ook binnen het foeragegebied van de vleermuizen en kan dit gebied in de toekomst zeker versterken. De Brakke Kreek echter is niet zo goed verbonden met dit ecosysteem en wordt daarom door de water- en meervleermuis minder frequent bezocht. Voor de watervleermuis kan ook de afstand een probleem zijn, wat niet het geval is voor de meervleermuis.


Uit de registratie van het hoog aantal vangstpogingen blijkt dat de Verrebroekse Plassen een ideaal foerageergebied vormt voor de dwergvleermuizen. Blijkbaar verhogen de ontwikkeling van oevervegetatie en struiken en de toename van het insectenaanbod, de geschiktheid van dit gebied voor dit soort van vleermuizen evenals voor grotere soorten zoals laatvlieger en meervleermuis. Voor de watervleermuis, die vlak boven het water jaagt, is het jonge plasgebied Zoetwaterkreek, dan weer een uitstekend voedseljachtgebied. Bovendien is dit gebied goed verbonden met de overige foerageergebieden.

Sterk met wilgen begroeide oever van de Verrebroekse plassen. Hier jagen ‘s nachts tal van vleermuizen op insecten.